De bekendste kaartspellen in Nederland speel je met een gewoon spel van 52 kaarten: pesten, klaverjassen, toepen, eenendertigen, hartenjagen en patience. Pesten leer je in een paar minuten en werkt met jong en oud. Klaverjassen en toepen spelen veel mensen met een kleiner spel van 32 kaarten.
Handig om te weten voordat je begint: bijna elk huishouden speelt deze spellen net een beetje anders. Bij pesten verschilt per familie wat de pestkaarten doen, en bij klaverjassen hoor je al snel de vraag of je Amsterdams of Rotterdams speelt. Spreek de huisregels dus even af voordat de eerste kaart op tafel ligt.
Klassiekers met een gewoon spel kaarten
Met één pak kaarten uit de la kun je een hele avond vullen. Dit zijn de spellen die in Nederland het vaakst op tafel komen.
Klaverjassen
Het kaartspel van de verenigingen, de buurthuizen en de verjaardagen. Je speelt met vier spelers in twee teams, waarbij partners tegenover elkaar zitten. Je gebruikt alleen de kaarten van 7 tot en met aas. Er wordt troef gekozen en in de troefkleur is de boer de hoogste kaart, gevolgd door de negen, die je de nel noemt. Naast punten voor gewonnen slagen kun je roem verdienen met bijvoorbeeld drie of vier opeenvolgende kaarten in een slag. Het grote verschil tussen Amsterdams en Rotterdams: bij Rotterdams moet je altijd troeven als je niet kunt bekennen, bij Amsterdams hoeft dat niet als je maat de slag al heeft.
Pesten
Het eerste kaartspel dat veel kinderen leren. Hieronder staat hoe je het speelt.
Eenendertigen
Iedereen krijgt drie kaarten en in het midden liggen er drie open. Om de beurt ruil je één kaart of alle drie met het midden. Het doel is zo dicht mogelijk bij 31 punten in één kleur te komen, waarbij de aas 11 telt en de plaatjes 10. Denk je dat je goed zit, dan klop je en krijgt iedereen nog één beurt. Wie het laagst eindigt, verliest een leven. Veel mensen houden die levens bij met lucifers of streepjes op papier.
Toepen
Een snel slagenspel dat je vaak in cafés en studentenhuizen ziet. Je speelt met 32 kaarten en iedereen krijgt er vier. De volgorde is anders dan je gewend bent: de boer is de laagste kaart en de tien de hoogste. Je moet kleur bekennen en alleen de laatste slag telt. Het bijzondere is het toepen zelf: wie denkt dat hij de ronde wint, roept toep en dan staat de ronde voor meer strafpunten. De anderen kiezen of ze meegaan of passen. Speel het om strafpunten op een briefje of met lucifers, en wie als eerste een afgesproken aantal strafpunten heeft, ligt eruit.
Hartenjagen
Een slagenspel voor vier spelers waarin je juist geen slagen wilt halen met harten erin, en zeker niet de schoppenvrouw. Elke harten kost punten en de schoppenvrouw kost er veel. Wie aan het eind de minste punten heeft, wint. De precieze puntentelling verschilt per groep, dus spreek die van tevoren af.
Patience
Het bekendste spel voor als je alleen bent. Je legt zeven stapels neer en probeert alle kaarten per kleur op volgorde te krijgen, van aas tot heer.
Wil je meer weten over slagenspellen zoals klaverjassen, toepen en hartenjagen, dan vind je een overzicht in deze gids over slagenspellen (in het Engels).
Zo speel je pesten
Dit zijn de regels zoals de meeste mensen ze kennen. Bij jou thuis kan het anders zijn, en dat is prima zolang iedereen het weet.
Want AI doing the heavy lifting in your marketing?
I build the systems that handle the boring 80 percent, so you get your week back. Done properly, with the human kept in.
- Schud een gewoon spel kaarten met de twee jokers erbij. Iedereen krijgt zeven kaarten. Leg de rest gedekt neer als stapel en draai de bovenste kaart om.
- Om de beurt leg je een kaart op de open kaart. Dat mag een kaart van dezelfde kleur zijn of met dezelfde waarde. Kun je niets leggen, dan pak je een kaart van de stapel.
- De pestkaarten: bij een twee moet de volgende speler twee kaarten pakken, bij een joker vijf. Je mag een twee op een twee leggen, dan pakt de speler daarna er vier.
- Een zeven blijft plakken: je moet direct nog een kaart leggen. Een acht laat de volgende speler wachten. Een aas draait de richting om.
- Een boer mag je op alles leggen en daarna kies je zelf de kleur die gespeeld moet worden.
- Heb je nog één kaart, dan zeg je hardop laatste kaart. Vergeet je dat en ziet iemand het, dan pak je twee strafkaarten.
- Wie als eerste geen kaarten meer heeft, wint. In veel huizen mag je niet uitgaan met een pestkaart, dus check dat even.
UNO is eigenlijk een uitgebreide versie van pesten met eigen kaarten. Hoe de officiële UNO-regels werken en welke huisregels mensen toevoegen, lees je in de UNO-spelregels en huisregels (in het Engels).
Kaartspellen voor twee
Niet elk kaartspel werkt met twee spelers, maar deze wel:
- Jokeren: de Nederlandse naam voor rummy. Je speelt met twee spellen kaarten en de jokers. Je maakt series van dezelfde waarde of rijtjes in dezelfde kleur.
- Pesten: werkt ook prima met z'n tweeën. Een aas betekent dan meestal dat je zelf nog een keer mag.
- Toepen: met twee wordt het een snel spelletje bluffen over wie de laatste slag pakt.
- Oorlogje: verdeel het spel in twee stapels, draai tegelijk een kaart om en de hoogste wint beide. Geen keuzes, dus ideaal met jonge kinderen.
Zoek je meer spellen speciaal voor twee, zoals gin rummy, kijk dan in deze lijst met kaartspellen voor twee (in het Engels).
Kaartspellen voor kinderen
Voor kinderen werkt een spel het best als de regels in één zin passen en iedereen tegelijk meedoet.
- Ezelen: haal voor elke speler vier gelijke kaarten uit het spel, bijvoorbeeld vier vrouwen en vier boeren, en deel ze uit. Iedereen geeft tegelijk een kaart door naar links. Wie vier gelijke heeft, legt stilletjes een vinger op zijn neus. Wie het als laatste doorheeft, krijgt een letter van het woord ezel.
- Memory: leg een aantal paren gedekt op tafel, bijvoorbeeld de rode en zwarte kaarten met dezelfde waarde. Om de beurt draai je er twee om. Is het een paar, dan mag je ze houden en nog een keer.
- Kwartetten: met een speciaal kwartetspel vraag je om de beurt een kaart: mag ik van jou de... uit het kwartet... Wie de meeste complete kwartetten heeft, wint.
Kaartspellen uit de doos
Naast het gewone spel kaarten zijn er spellen met eigen kaarten en eigen regels.
- UNO: het bekendste kaartspel uit de doos, met 108 kaarten. Iedereen krijgt er zeven en je legt op kleur of getal. Wie het kent van pesten, snapt het meteen.
- Dobble: een rond blik met ronde kaarten vol symbolen. Twee kaarten hebben altijd precies één symbool gemeen, en wie het eerst ziet, wint. Snel, luid en goed voor kinderen.
- Exploding Kittens: je trekt kaarten en hoopt geen ontploffende kat te pakken. Met een ontmantel-kaart red je jezelf.
- Skip-Bo: je bouwt samen stapels op volgorde van 1 tot 12 en probeert als eerste je eigen stapel weg te spelen. De Skip-Bo-kaarten werken als joker. Rustiger dan de andere drie en geliefd bij grootouders.
Overzicht in één tabel
| Spel | Spelers | Kaarten | Moeilijkheid |
|---|---|---|---|
| Klaverjassen | 4 (twee teams) | 32 kaarten, 7 tot en met aas | Lastig |
| Pesten | 2 tot 6 | Gewoon spel met jokers | Makkelijk |
| Eenendertigen | 3 of meer | Gewoon spel | Makkelijk |
| Toepen | 2 tot 8 | 32 kaarten | Gemiddeld |
| Hartenjagen | 4 | Gewoon spel | Gemiddeld |
| Patience | 1 | Gewoon spel | Makkelijk |
| Jokeren | 2 tot 4 | Twee spellen met jokers | Gemiddeld |
| Ezelen | 3 of meer | Vier gelijke per speler | Makkelijk |
| UNO | 2 tot 10 | Eigen kaarten | Makkelijk |
| Dobble | 2 tot 8 | Eigen kaarten | Makkelijk |
| Exploding Kittens | 2 tot 5 | Eigen kaarten | Makkelijk |
| Skip-Bo | 2 tot 6 | Eigen kaarten | Makkelijk |
Veelgestelde vragen
Wat is het makkelijkste kaartspel om te leren?
Pesten. Je legt een kaart van dezelfde kleur of waarde, en met een paar pestkaarten erbij is het binnen een paar minuten uitgelegd. Voor jonge kinderen is oorlogje nog makkelijker.
Welke kaartspellen kun je met twee spelen?
Jokeren, pesten, toepen en oorlogje werken goed met twee spelers. Uit de doos zijn UNO en Skip-Bo ook prima met z'n tweeën.
Met hoeveel kaarten speel je klaverjassen?
Met 32 kaarten: van elke kleur de 7, 8, 9, 10, boer, vrouw, heer en aas. De lagere kaarten haal je uit een gewoon spel.
Wat is het verschil tussen Amsterdams en Rotterdams klaverjassen?
Bij Rotterdams moet je altijd troeven als je geen kleur kunt bekennen. Bij Amsterdams hoeft dat niet als je maat de slag al heeft.

